Mijn ESC vrijwilligerswerk ervaring in Dornbirn, Vorarlberg, Oostenrijk 🇦🇹

Een waanzinnig jaar samenvatten in één blogstukje? Onmogelijk, ik weet het. Toch ga ik proberen om je een beeld te geven van mijn afgelopen jaar waarin ik als vrijwilliger in Oostenrijk woonde. Je leest over mijn eigen ervaringen, maar ik zal ook genoeg algemene informatie over ESC vrijwilligerswerk geven en wat je ervan kunt verwachten. Voor mij was het de beste keuze die ik ooit maakte.

Naast dit artikel waarin ik mijn ervaring samenvat, heb ik ook maandelijkse dagboekjes bijgehouden over mijn ESC vrijwilligerswerk ervaring en heb ik de zomertrip gedocumenteerd die ik tijdens mijn vakantie maakte. Je vindt deze hier:

Wat is het Europees Solidariteitskorps vrijwilligerswerk programma?

Laat ik beginnen door je te vertellen wat ik het afgelopen jaar heb gedaan. Ik bracht twaalf maanden van mijn leven door als vrijwilliger via het Europees Solidariteitskorps (ESC). Dit is een initiatief van de Europese Unie om jongeren de kans te geven om vrijwilligerswerk te doen binnen projecten die bijdragen aan gemeenschappen en mensen binnen Europa. Dit kun je zowel in je eigen land als in het buitenland doen. Er zijn allerlei soorten projecten binnen Europa: van werken om natuurrampen te voorkomen tot werken met gehandicapten. Iedereen in de leeftijdsgroep 18-30 kan meedoen.

Er vallen verschillende onderdelen onder het Europees Solidariteitskorps, waarvan ik voor individueel vrijwilligerswerk in het buitenland koos. Dit geeft jongeren de kans om mee te draaien in het dagelijkse leven van een organisatie en kan 2-12 maanden duren. De projecten omvatten thema’s zoals inclusie, milieu en cultuur. Ik deed twaalf maanden vrijwilligerswerk, waardoor ik de kans had om het land en het project écht te leren kennen.

Hoe kies je en word je toegelaten tot een project?

Een eerste stap is het maken van een account op de ESC-website, zodat je daadwerkelijk kunt solliciteren voor projecten. Er is een ESC projecten database, waarin je alle beschikbare projecten vindt. Je kunt filters installeren om alleen relevante projecten te zien te krijgen. Bijvoorbeeld alleen de vrijwilligerswerk projecten, alleen projecten in een specifieke regio of projecten binnen een bepaalde sector.

In totaal krijg je te maken met drie organisaties tijdens het traject: de uitzendende organisatie (in je eigen land om je te helpen voor vertrek), de ontvangende organisatie (het project waarin je werkt) en een coördinerende organisatie (in je ‘nieuwe’ land om alle vrijwilligers in de regio te ondersteunen).

Mijn eerste gedachte was om vrijwilligerswerk in Spanje te gaan doen, zodat ik Spaans kon leren spreken. Ik bekeek de verschillende projecten in de database en solliciteerde uiteindelijk op eentje in Spanje. Ik kwam erachter dat er verder geen leuke projecten voor mij in dit land waren en veranderde mijn tactiek. Ik zou een heel jaar in een ander land wonen en iedere week rond de dertig uur werken binnen mijn project. Het belangrijkste was dus het project zelf en om het daar naar mijn zin te hebben.

In totaal verstuurde ik zeven sollicitaties naar culturele en sociale organisaties in Europa en kreeg ik een ja van twee projecten. Ik had geluk: mijn favoriete project, de World Gymnaestrada in Dornbirn, was hier één van!

Mijn project: World Gymnaestrada 2019

Zoals ik al zei, mocht ik binnen mijn favoriete project werken: de World Gymnaestrada 2019 in Dornbirn, Oostenrijk. De World Gymnaestrada is een wereldwijd, niet-competitief turnevenement en wordt iedere vier jaar op een andere plek georganiseerd. Het festival duurt een week en trekt ongeveer 20.000 turners van over de hele wereld – in 2019 deden er 65 landen deden mee. De World Gymnaestrada focust op inclusie: iedereen, ongeacht leeftijd, geslacht, religie, cultuur, bekwaamheid en maatschappelijke status, kan meedoen.

Voordat ik in Oostenrijk aankwam, had ik eigenlijk geen idee waar ik aan begon. Ik snapte niet helemaal hoe het een heel jaar (of zelfs langer) kon duren om een evenement te organiseren. Ik werkte gedurende het jaar met zeven collega’s op het kantoor en dit werden er tegen het einde een paar meer. We hadden een organiserend comité van zo’n honderd mensen en 8.000 vrijwilligers om ons te helpen tijdens de week van het festival. Begin je de dimensies van het festival te snappen? Juist, ik ook, en ik begon te begrijpen waar ik onderdeel van uitmaakte.

Ik werkte 34 uur per week op een kantoor waar ik verschillende taken had. Ik was verantwoordelijk voor de kaartenverkoop van het evenement (van customer support tot het verdelen van de tickets; ik printte meer dan 30.000 tickets en sorteerde deze), ik was het hoofdaanspreekpunt voor ongeveer twintig deelnemende landen (het begeleiden in aanloop naar de World Gymnaestrada 2019), ik verzorgde documenten voor het aanvragen van visums met een collega, ik regelde alle transfers voor een internationale meeting, ik werkte in ons hoofdkantoor tijdens het evenement zelf en er waren nog honderden andere taken. Ik waste af, gaf de planten water, nam foto’s tijdens vergaderingen en evenementen, deed boodschappen voor het kantoor en hielp collega’s waar mogelijk. Zoals je kunt zien was iedere dag anders en was er altijd genoeg te doen.

Natuurlijk was de week waarin de World Gymnaestrada 2019 plaatsvond – van 7 tot 13 juli –  het hoogtepunt van het jaar. De week was een gekkenhuis, net als de weken ervoor. Werkdagen van 6:00 tot 23:00 uur waren het nieuwe normaal en de druk was hoog. De enige reden dat ik het aankon was de adrenaline en het enthousiasme dat we voelden. De reacties waren overweldigend: we kregen talloze complimenten over de fantastische organisatie, hoe behulpzaam we waren en ik kreeg veel cadeautjes van de deelnemende landen die ik had begeleid. De week was niet alleen gevuld met hard werken, maar ook met genieten van het evenement zelf. Ik zag de Opening Ceremony, de Dornbirn Special, de Closing Cermony, vele nationale avonden en het beroemde FIG Gala. Ondanks het feit dat ik het grootste gedeelte op kantoor doorbracht, kon ik ook écht van de sfeer van het evenement genieten.

Ik koos het perfecte project voor mij: ik houd van turnen, ik houd van organiseren en ik had het geluk om met de mensen binnen mijn project.

Waar ik vrijwilligerswerk deed: Dornbirn, Vorarlberg, Oostenrijk

Mijn project was in de stad Dornbirn, in de regio Vorarlberg, in het land Oostenrijk. Ik had geen plannen om naar Oostenrijk te gaan, omdat ik al Duits spreek en ik niet al te veel interesse in een Duitstalig land had. Omdat het project zo fantastisch klonk, besloot ik om toch te gaan. Ik had nog nooit van Dornbirn gehoord en stelde het me voor als een klein dorpje. Dat bleek niet helemaal te kloppen: Dornbirn telt 50.000 inwoners en ligt helemaal in het westen van Oostenrijk, vlakbij de Duitse, Zwitserse en Liechtensteinse grens. Vorarlberg is een prachtige regio, met het Bodenmeer in het noorden en de hoge bergen van Montafon in het zuiden.

Ik had nog nooit tijd in de bergen doorgebracht en kwam erachter hoeveel ik van bergen houd. De seizoenen waren super: een warme herfst die lang duurde, een koude winter met veel sneeuw (zeker hoger in de bergen), prachtige lentedagen en een hete zomer. Na een jaar in Vorarlberg te hebben gewoond, kan ik zeggen dat ik veel van de regio heb gezien en er helemaal verliefd op ben.

Let’s talk money: wat ik kreeg als vrijwilliger

Vrijwilligerswerk klinkt leuk en aardig, maar hoe overleef je zonder geld te verdienen? Door via het Europees Solidariteitskorps vrijwilligerswerk te doen, krijg je veel dingen vergoed en heb je een minimaal inkomen. Ik som alle dingen die vergoed werden op tijdens mijn project, maar houd er rekening mee dat dit per project en land kan verschillen. De opsomming geeft je in ieder geval een globaal idee.

  • Reiskosten: mijn reiskosten van Nederland naar Oostenrijk en weer terug werden compleet vergoed. Gebaseerd op de afstand tussen je thuis en project, is er een bepaald bedrag beschikbaar. Natuurlijk kun je niet business class vliegen met een dure luchtvaartmaatschappij, maar met een gewoon ticket zou het geen probleem moeten zijn.
  • Accommodatie: mijn accommodatie werd geregeld door mijn ontvangende/coördinerende organisatie. Ik hoefde hier niets voor te doen en zij betaalden de huur voor me. Ik had mijn eigen slaapkamer en een badkamer, en het gebouw had een gedeelde keukens. In mijn gebouw woonden ongeveer 150 mensen en zes daarvan waren andere vrijwilligers die ook in Vorarlberg werkten. Voor mij was dit een groot pluspunt, omdat ik zo vanaf het begin mensen had om dingen samen mee te doen en er was altijd iemand om mee te kletsen na een werkdag.
  • Huishoudelijke items: ik kreeg alle standaard huishoudelijke items die je nodig hebt. Mijn organisatie zorgde voor beddengoed, handdoeken en keukengerei om zelf te kunnen koken. Ik hoefde nergens voor te betalen, dat deed mijn ontvangende organisatie.
  • Geld voor eten: hoe dit zit, hangt heel erg af van je project. In sommige projecten krijg je één of meerdere maaltijden per dag op werk en in andere projecten krijg je geld om zelf eten te bereiden (ook nog eens afhankelijk van het land en wat boodschappen daar kosten). Ik kreeg €220 per maand voor eten en ik kreeg geen eten in mijn organisatie. Voor mij, dit was meer dan genoeg. Ik gaf ongeveer €130 per maand uit aan boodschappen.
  • Zakgeld: wederom, dit hangt af van je land en organisatie. In mijn geval kreeg ik €150 zakgeld per maand. Ik gebruikte dit geld om te reizen, uit te gaan en om bepaalde non-food items die ik nodig had te kopen.
  • Reizen: iedere organisatie is verplicht om hun vrijwilligers te voorzien van transport van de accommodatie naar het werk. In sommige gevallen kun je lopen of krijg je een fiets, in andere gevallen worden de kosten voor het openbaar vervoer vergoed. Ik had heel veel geluk: ik kreeg een fiets én een OV-kaart. Ik kon deze kaart niet alleen gebruiken om naar mijn werk te gaan, maar in heel Vorarlberg. Dit was fantastisch, omdat ik zo gratis de regio kon verkennen in mijn vrije tijd.
  • Kulturpass: ik kreeg een cultuurkaart voor Oostenrijk, waarmee ik bijna alle museums gratis kon bezoeken. De kaart gold ook voor verschillende bioscopen, concerten en andere culturele evenementen. Wederom had ik veel geluk met mijn coördinerende organisatie dat ik dit kreeg. Ik maakte veel gebruik van de kaart om culturele activiteiten in het land te ondernemen.
  • Taallessen: iedere vrijwilliger krijgt gratis taallessen in de taal van het land, in mijn geval Duits. Omdat ik al vloeiend Duits spreek, hoefde ik niet naar de lessen te gaan en mocht ik het geld voor een andere cursus gebruiken. Ik besloot om een cursus Spaans te doen bij de taalschool en mijn coördinerende organisatie betaalde dit volledig, net als mijn lesboek.

Ook mocht ik deelnemen aan een training voor vertrek, een training bij aankomst en een midterm training. Alle kosten werden compleet vergoed (van transport tot accommodatie tot eten). Mijn coördinerende organisatie organiseerde ook maandelijkse evenementen die gratis of grotendeels gratis waren.

Geloof het of niet, maar ik kon zelfs geld sparen in het jaar waarin ik eigenlijk niets verdiende.

Training: voor en tijdens het project

Voor vertrek, mocht ik deelnemen aan een training in Nederland. Het doel van de training is om je voor te bereiden op je verblijf in het buitenland en om alle vragen te beantwoorden. De training duurde een halve dag en in mijn geval, ging ik hier drie maanden voor vertrek heen. Dit was te vroeg en ik had eigenlijk nog geen vragen. De dag was oké, maar niet bijzonder nuttig voor mij persoonlijk.

In Oostenrijk, deed ik een On Arrival Training, ongeveer een maand na aankomst in het land. De training was in Wenen en vrijwilligers vanuit heel Oostenrijk namen deel. We hadden een groep van ongeveer twintig vrijwilligers en we verbleven vier dagen samen in een hotel. Het doel was met name om andere vrijwilligers te ontmoeten, om over je project te praten en om onzekerheden of problemen te kunnen bespreken. En heel belangrijk: om plezier te hebben! Ik ontmoette veel leuke mensen en had vier fantastische dagen in Wenen. Ik was uitgeput van alle sociale activiteiten en van iedereen leren kennen, maar vond het ook een geweldige ervaring, vooral omdat we zo’n leuke groep hadden. Ik zag veel vrijwilligers daarna nog terug; ik ging bij hen op bezoek of zij kwamen naar mij in Vorarlberg.

Halverwege het jaar was er een Midterm Training, deze keer in Salzburg. Omdat we de eerste keer zo’n leuke groep hadden, meldden we ons voor een groot deel met dezelfde mensen aan voor de Midterm Training. Dit was een groot voordeel, omdat we elkaar niet opnieuw moesten leren kennen en zo direct over de belangrijke dingen konden praten. De training was vooral om ervaringen uit te wisselen en om na te denken over doelen voor de toekomst, zowel in ons project als het leven daarna. Voor de training bracht ik al een aantal dagen in Salzburg door met een deel van de groep en in totaal had ik een super leuke week.

Vrije tijd en het sociale leven

Na 34 uren per week te hebben gewerkt, blijft er nog een hoop vrije tijd over. Voor vertrek waarschuwde mijn uitzendende organisatie me dat ik best wel eens eenzaam kon zijn en dus bereidde ik me voor op veel lezen en Netflix kijken. Ze hadden er niet verder naast kunnen zitten, want na mijn eerste maand in Dornbirn had ik nog bijna geen tijd alleen doorgebracht. In de regio Vorarlberg waren in totaal elf vrijwilligers: zeven (inclusief mezelf) in Dornbirn en vier die op een boerderij in Göfis woonden, ongeveer 40 minuten in het openbaar vervoer verderop. We leerden elkaar goed kennen in de eerste week en hadden een super groep. Gedurende het jaar bracht ik de meeste vrije tijd door met de andere tien vrijwilligers. We kookten samen, gingen op stap in het weekend, hielden slaapfeestjes, gingen hiken in de bergen, speelden spelletjes. Er was altijd iets te doen!

Onze coördinerende organisatie organiseerde iedere maand een activiteit en voorzag ons van een mentor: een local die eerder vrijwilligerswerk had gedaan. Ik zag mijn mentor drie keer tijdens het jaar en we deden er allebei weinig moeite voor om elkaar te zien. Voor mij was dit geen probleem, omdat ik geen gebrek aan sociale activiteiten had. Iedere maand organiseerde een van de mentoren een activiteit en ik nam meestal deel. We gingen bijvoorbeeld naar de kerstmarkt, in een achtbaan in de bergen en we bezochten een kleine kaasboerderij in de bergen. Het hoogtepunt was een weekendtrip: een leuk weekend in een huis in de bergen omringd door sneeuw. We betaalden €25 per persoon voor alles: eten, accommodatie en activiteiten. Onze coördinerende organisatie in Vorarlberg was fantastisch en we hadden geluk om dit soort dingen te mogen doen.

De lastige dingen

Tot dusver klinkt het als een sprookje, maar het was natuurlijk niet alleen maar leuk en makkelijk. Over het algemeen heb ik niets te klagen en vond ik het fantastisch, maar er waren zeker ook lastigere dingen.

  • Het dialect: in Vorarlberg spreken ze een dialect dat de meeste Oostenrijkers niet eens verstaan. Hoewel ik vloeiend Duits spreek, had ik moeite om mijn collega’s te begrijpen. Ze probeerden soms wel ‘normaal’ Duits te praten, maar meestal hield dat niet lang aan. Dit was frustrerend in het begin, omdat ik me niet in de groep opgenomen voelde en niet altijd wist wat er aan de hand was. Na een tijdje verstond ik mijn collega’s beter en tegen het einde had ik geen moeite meer.
  • Vrienden en familie missen: ik heb nog nooit in mijn leven heimwee gevoeld en daar had ik in Oostenrijk ook geen last van. Toch is het soms lastig om momenten met vrienden en familie te missen. Gelukkig had ik tijdens dit soort momenten genoeg afleiding.
  • De werkuren: mijn project was anders dan de meeste andere projecten in Vorarlberg. Wij organiseerden een evenement en hoe dichterbij het kwam, hoe hoger de druk. Al vroeg in het jaar was het moeilijk om de 34 uur per week aan te houden, omdat er bijvoorbeeld ook ’s avonds vergaderingen waren. In december had ik al vijftig overuren genoteerd, waardoor ik een tijd lang vrij was op vrijdag. Tegen de zomer aan en met name tijdens het evenement, maakte ik weken van wel honderd uur. Toen ik klaar was bij mijn project – zelfs na drie weken zomervakantie – had ik nog steeds 150 overuren staan. Mijn organisatie compenseerde dit op genereuze wijze, dus uiteindelijk was het geen groot probleem. Toch frustreerde het me tijdens het jaar om zo veel te werken en zo veel verantwoordelijkheden te hebben, zeker vergeleken met de andere vrijwilligers.

Wat ik leerde van mijn ESC vrijwillligerswerk

Laten we positief eindigen: wat een jaar vrijwilligerswerk me bracht en wat ik leerde tijdens mijn project. Ik kan eerlijk zeggen dat het me zoveel heeft gebracht en dat ik dezelfde keuze zo weer zou maken met mijn huidige kennis.

  • Mensen: het beste gedeelte van mijn tijd in Oostenrijk zijn de mensen die ik leerde kennen. De vrijwilligers waar ik mee samenwoonde, de vrijwilligers die ook in Oostenrijk waren, mijn collega’s en andere mensen die op mijn pad kwamen. Iedereen had een andere achtergrond, een andere nationaliteit, een ander perspectief en een ander levensverhaal. Deze verhalen en de tijd samen zorgden ervoor dat ik veel leerde en fantastische mensen in mijn leven heb, hopelijk voor lange tijd.
  • Werk is niet zo belangrijk: natuurlijk is het belangrijk om werk te hebben en om je werk leuk te vinden, maar het is niet alles. Naast je werkuren zijn er zoveel meer uren in een dag die je door kunt brengen op een manier die jij leuk vindt. Ik leerde wat ik belangrijk vind in werk: aardige collega’s, interessante taken, het liefst niet 40 uren per week. Wanneer ik aan het werk ben doe ik zeker mijn best, maar ik herinner mezelf er ook aan dat het slechts werk is en dat er meer in het leven is.
  • Omgaan met druk: zeker in aanloop naar de World Gymnaestrada nam de druk enorm toe. Ik leerde om lange dagen te werken, met stressvolle momenten om te gaan en een goed humeur te bewaren. Ik leerde dat je altijd je best moet doen, maar dat je niet meer kunt doen dan dat. Er zal altijd iemand ontevreden zijn, ongeacht hoe hard je je best doet. Vijftig lieve complimenten zijn meer waard dan één slechte reactie.
  • Diversiteit: ik leerde om te werken met hele diverse mensen. Niet alleen was iedereen binnen mijn team verschillend, maar ook de 65 landen waar we samen mee werkten, hadden hun eigen manier van doen. Ik leerde om me aan te passen aan de behoeften van verschillende mensen.
  • Herinneringen: ik maakte ontelbare mooie herinneringen in het afgelopen jaar. Van grappige momenten waar ik nog steeds om moet lachen, zinnen die we het hele jaar herhaalden, fantastische foto’s van mooie plekken en nog heel veel andere herinneringen die ik nooit had gemaakt wanneer ik in mijn comfort zone was gebleven.

Al met al ben ik ontzettend dankbaar voor deze ervaring en weet ik hoeveel geluk ik heb gehad. Ik had een fantastisch project, was omringd door lieve mensen en maakte geweldige herinneringen. Shit, nu wil ik nog een keer.

Meer lezen over mijn ervaring in Oostenrijk?

2
Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

6 reacties

  1. Very informative and inspiring piece Linda.

  2. Great story! Thanks for sharing! 🙂

  3. Tof om je verhaal te lezen! Na vorige maand terug te zijn gekomen van mij EVS avontuur blijft het leuk om nog de verhalen van anderen te horen!

  4. hey Linda, thank you for posting this. It’s one of the most informative pieces I’ve read on ESC since I started looking into project to participate in a year ago.

    Nobody explains in detail what exactly you spend your time doing all these months that the project runs.

    I have on question on the financial part; after you’ve been given the monthly amount of money, do they have any say on what you spend it on? Do they ask for receipts? If you already have money and you choose to save what they give you, would it be an issue if the money isn’t spent? Thank you in advance!

    • Thank you for your nice comment, I am glad that you find it helpful!

      For me, I could spend the money however I wanted. My hosting organisation transferred the food money to my Austrian bank account every month and my coordinating organisation transferred the pocket money. I had this account for the time I was in Austria and it was an easy way to keep track of my expenses, as I only used my Austrian card to pay for things. My organisation never asked for any receipts and I could spend the money on whatever I wanted. All the volunteers that were in Austria had it the same way; maybe the amounts slightly varied (I know people who received more food money for example), but nobody had to prove they spent the money on food. I have heard that some organisations in other countries do it, but I am not sure about this. To me it doesn’t make sense to tell the volunteer how to spend their food money. Anyway, I would recommend you to ask your hosting organisation beforehand, because maybe they have special rules. I got to keep the money I had left over at the end of the year – I managed to save quite some money, because I didn’t spend too much in my free time and I didn’t need the €220 for the food per month either. It depends entirely on you and your spending habits how much you have left over, but in my opinion it is easy to do with the money you get, as you will spend time with other volunteers (if there are in the area) and this way your lifestyle will consist mainly out of free or cheap activities.

Laat een antwoord achter aan Kiwi Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *